Praktijkprikkel 4
Wie is regisseur bij dosisaanpassing gentamycine in uw ziekenhuis?

Oudere patiënt met slechte nierfunctie start met gentamicine; de afspraak is dat de volgende gift pas gegeven wordt als de bloedspiegelbepaling bekend is en dat er een dalspiegel bekend moet zijn. De volgende gift blijkt echter al gegeven voordat een spiegel bekend is. Ook de dag erna is opnieuw gentamicine toegediend ondanks de afspraak dat gewacht zou worden op de uitslag van het lab.

CMR ontvangt regelmatig (meer dan 100 meldingen sinds 1 juni 2015) meldingen waarin de informatie van de bloedspiegelbepaling van gentamicine of vancomycine niet of te laat leidt tot dosisaanpassing op geleide van de bloedspiegelbepaling. Hoe is de therapeutic drug monitoring (TDM) in uw ziekenhuis geregeld?


CMR ontvangt regelmatig meldingen waarin de informatie van de bloedspiegelbepaling van gentamicine of vancomycine niet leidt tot dosisaanpassing op geleide van de bloedspiegelbepaling Hoe is de therapeutic drug monitoring (TDM) in uw ziekenhuis geregeld?


Uw reacties op de enquête:

Op deze praktijkprikkel kwamen 104 reacties binnen. Hieronder ziet u een samenvatting van de reacties. Omdat meerdere antwoorden op een vraag mogelijk waren, tellen de percentages op tot meer dan 100%. Van de reacties in de nadere toelichting vindt u per vraag het aantal en een korte samenvatting van de belangrijkste reacties.

Wie bepaalt er wanneer er een bloedspiegelbepaling wordt gedaan?

Voorschrijver 50%

Ziekenhuisapotheker 63%

Overig (met nadere toelichting) 26%

In de toelichting meldt men dat dat in overleg gebeurt en er goede afspraken zijn, vaak via clinical rule. Eén reactie geeft aan dat medische microbiologie adviseert. Soms bepaalt arts bij aanvang wanneer een bloedspiegel bepaald wordt, en bepaalt de apotheker de vervolgcontroles.

Wie vraagt de bloedspiegelbepaling aan?

Voorschrijver 86%

Ziekenhuisapotheker13%

Overig (met nadere toelichting) 17%

In de toelichting meldt men dat arts en apotheker dat samen afspreken, of apotheker en verpleegkundige (specialist) samen. Soms is dit in handen gegeven van het A-team.

Wie ontvangt de uitslag van de bloedspiegelbepaling van het lab?

Voorschrijver 51%

Apotheek 85%

Overig (met nadere toelichting) 18%

In de toelichting meldt men dat arts en apotheker de uitslagen beiden ontvangen. In een aantal gevallen is dit de medisch microbioloog, soms het A-team. Ook meldt men dat de uitslagen in een digitaal labsysteem of in het EPD komen te staan.

Wie bepaalt wat dit voor gevolgen heeft voor de dosering?

Voorschrijver 28%

Ziekenhuisapotheker 88%

Overig (met nadere toelichting)19%

In de toelichting meldt men dat de ziekenhuisapotheker de dosering meestal voorstelt, al of niet in overleg met voorschrijver. De arts neemt dit al of niet in alle gevallen over. Ook noemt men dat de medisch microbioloog bepaalt wat de dosering wordt, en soms bepalen arts en verpleegkundige samen. Soms is in clinical rule vastgelegd dat apotheker proces volgt en zo nodig bijstuurt.

Hoe wordt dit gecommuniceerd?

Aantal reacties is 95.

De grote lijn van de reacties is als volgt:

  • Voorschrijver informeert verpleegkundige , soms telefonisch
  • Via EVS of EPD (arts of apotheker) of in digitaal labdossier: dosisaanpassing
  • Via apotheek (inclusief levering aangepaste dosis)
  • T elefonisch en in EPD
  • Orderlijst voor toedienend verpleegkundige
  • Soms belt apotheker verpleging als advies tot wijzigen vlak voor toedienmoment is, anders via arts en EVS/EPD
  • Ziekenhuisapotheker-voorschrijver- EVS en soms mondeling
  • Bij aanpassingen overleg met voorschrijver door apotheker
  • Ook meldt men dat de dosering niet altijd in het EVS wordt aangepast.

Wie verwerkt de aanpassing in medicatiedossier en TDR?

Voorschrijver 80%

Apotheker 25%

Overig (met nadere toelichting) 21%

In de toelichting meldt men dat de behandelend arts dit doet, dat arts en apotheker dit in overleg doen, of dat de apothekersassistenten dit op advies van de voorschrijver of apotheker dit doen.

Aanbeveling

  • Zorg dat het proces omtrent TDM van aminoglycosiden in uw ziekenhuis in een protocol is vastgelegd.
  • Betrek in de monitoring ook de nierfunctie van de patiënt.
  • Maak afspraken over de wijze van voorschrijven, met speciale aandacht voor het voorschrijven rondom spiegelbepalingen (risico op onbedoeld niet continueren van de behandeling bij eenmalige gift gevolgd door spiegelbepaling) en bij een doseerinterval van 36 uur.
  • Maak afspraken over de werkwijze (voorschrijven, registratie toediening, monitoring) in overdrachtssituaties, zowel binnen het ziekenhuis (bijv. bij overdracht van SEH naar afdeling) als bij ontslag naar 1e/3e lijn.
  • Zorg voor borging van de verschillende stappen (meerdere incidenten van niet opvolgen doseeradvies in CMR database).